De perkamenteter

De perkamenteter
27 augustus 2013 admin

De olie glanst op de houten vloer.
een schaduw danst,
ligt op de loer.
gretig kijkt hij naar zijn voer.
de boeken in de boekenkast,
waarvan het geheel wel in zijn magen past.

Zijn vele magen,
ze zullen knagen
aan het vergeelde perkament.
de inhoud nu nog onbekend.
nog niet in zijnen hoofd geprent.

Maar het zal niet lang meer duren.
ik zie hem daar al hongerig turen.
zijn vingers,
reikend naar de kaften.
zijn tong,
likkend,
vol met aften.
door het eten, zeg maar vreten.
van de hartige, pikante woorden,
zoete zinnen,
die hem bekoren
en lang in de pan hebben liggen smoren.

Al die woorden,
ze vallen gestaag.
om dan te belanden in zijn maag.
hij hapt de stukken,
breekt ze af.

Scheidt het koren van het kaf.

Elk klein hoofdstuk,
proloog, betoog
ze verdwijnen met een boog
en knappen knarsend tussen zijn tanden,
terwijl iets nieuws wacht in zijn handen
om ook in zijn mondje te belanden.

Het speeksel druipt eraf.

Enzymen vallen de woorden aan,
het perkament, het zal vergaan
en stranden in zijn vol-bloed-baan.

Als minuscule deeltjes vernuft,
die hem verduft,
van alles om hem heen.

Versuft.

Maar die boeken op het hout,
enkele jong, anderen oud.
het zijn die dingen,
waarvan hij houdt.

Zeg, blieft u misschien
wat peper en zout?