Peccatum

Peccatum
21 juli 2013 admin

Superbia (ijdelheid)

De spiegel glanst een evenbeeld
zo wonderschoon,
een prachtig beest.
ik beweeg mijn hand, en zij doet mee.
ik kijk haar aan, zij lacht tevree.
vastgeketend aan haar gezicht
en zelf de sleutel ingeslikt.

Aan deze kant van het fragment
straalt mijn schoonheid, ongekend.

Avaritia (hebzucht)

De hoogste berg beklim ik trots.
Elke voetstap gemarkeerd.
Mijn naam vol in het steen gegrift.
Elke pas door mij beheert.

En op de top, boven de wolken,
onder de maan, die ik laatst ving,
tover ik de horizon
tot mijn persoonlijke hebbeding.

En beide kanten van het fragment
zijn louter voor mijn oog bestemd.

Luxuria (wellust)

In het ritme van regendruppels
zal, onder deze gouden wolken,
mijn gen de aarde gaan bevolken.
en vormt een wereld, die niet bestond
op mijn O zo vruchtbaar grond.

Op deze zijde van het fragment
wortelt mijn stamboom ongeremd.

Invidia (afgunst)

Waar jij je rijkdom en pracht vergaart,
en de ander in de leegte staart,
daar dwaal ik in het donker schijn
tot al dat moois van jou verdwijnt.
in stilte wacht ik op dat eind.

Tijgerend achter dit fragment
wacht ik tot jij de schaduw kent.

Gula (onmatigheid)

Ik schuw de enkelvoudigheid
en sla mijn arm het liefst
om alles heen, dat jij bezit.
Mijn honger nooit gestild.
Haastig zoek ik elke keer
in elke poging
naar ‘’veel meer’’.

Verscholen achter dit fragment
heb ik de duizend
tussen tanden geklemd.

Ira (toorn)

Mijn ogen volgen dit spiegelbeeld
vol rood en rijk doorbloed.
een kokende lava in mijn hoofd,
die door dit aanblik wordt gevoed.

Ik schreeuw door merg en been
de spiegel spat in splinters uiteen.

Tussen de scherven van dit fragment
kronkel ik sissend, als een serpent.

Acedia (gemakzucht)

De wereld is als een stil
stilleven bevroren.
doof voor alles dat ik wil horen.
niets of niemand kan mij bekoren.
of mijn tot roerselen bewegen.

Onder dit bedekkend fragment
rust ik, zonder dat ik me wendt.21